Het Swahili

Swahili is een Afrikaanse taal die voornamelijk in Oost-Afrika wordt gesproken door ongeveer 50 miljoen mensen. In Tanzania en Kenia is het, naast Engels, een officiële taal.

Daarnaast wordt Swahili gesproken in Oeganda, Burundi, Rwanda, het oosten van Congo-Kinshasa en het noorden van Malawi en Mozambique.

Oorspronkelijk was Swahili de taal van het Swahili-volk ('Waswahili'), dat langs de oostkust van Afrika leeft, van zuid-Somalië tot noord-Mozambique. Hoewel er ongeveer 5 miljoen moedertaalsprekers zijn, groeide Swahili dankzij handelscontacten uit tot een invloedrijke lingua franca in grote delen van Oost-Afrika. Ongeveer 50 miljoen mensen spreken het als tweede taal.

Aanvankelijk werd Swahili geschreven met Arabische tekens. Later brachten Duitse en Britse missionarissen het over naar het Latijnse alfabet. Taalkundig behoort Swahili tot de Bantoetalen, een grote taalfamilie die in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara wordt gesproken. Binnen deze familie valt Swahili onder de Sabaki-tak.

Door meer dan duizend jaar contact met diverse culturen en talen is de woordenschat van het Swahili sterk beïnvloed. Woorden uit het Perzisch, Arabisch, Portugees, Duits en Engels zijn in de taal opgenomen. Door de brede verspreiding van Swahili zijn er vele regionale varianten ontstaan. Zo verschilt het Kiamu-dialect, gesproken op het eiland Lamu aan de Keniaanse noordkust, van het Kimvita-dialect in Mombassa.

De standaardvorm, Kiswahili Sanifu, is gebaseerd op het Kiunguja-dialect uit Zanzibar, Tanzania. In deze vorm wordt Swahili gebruikt in de media en onderwezen op scholen in Oost-Afrika.